Indaver sleutelt continu aan energie-efficiëntie van installaties

Met haar duurzaam afvalbeheer zet Indaver restafval maximaal om in energie. Dat betekent niet alleen dat de energie uit het afval zo efficiënt mogelijk wordt opgevangen, maar ook dat het energiegebruik van de installatie zelf zo laag mogelijk is. Daarom zoekt Indaver continu naar verbeteringen, zoals het afgelopen jaar op de wervelbedoven in Doel.

 

CO2 is het voornaamste broeikasgas verantwoordelijk voor de klimaatsverandering. 90 procent van dit gas wordt uitgestoten voor energetische toepassingen. Hoe energie-efficiënter installaties, processen en gebouwen zijn, hoe beter dus, want op die manier wordt de CO2-uitstoot beperkt.

Indaver wil zo duurzaam mogelijk omgaan met materialen en energie. Dus zoekt ze, met haar kernwaarde van ‘continue verbetering’ in het achterhoofd, naar manieren om haar eigen energieverbruik zo laag mogelijk te houden. Daarvoor neemt ze voortdurend haar installaties en processen onder de loep om te zien hoe ze haar energiehuishouding kan verbeteren.

In 2013 werkten verschillende afdelingen samen om voor de wervelbedoven in Doel, die bedrijfsafval, industrieel slib en slib van waterzuiveringsinstallaties verwerkt, de energieproductie bij de verbranding van dit afval op te drijven en het energieverbruik te beperken. Dit gebeurde via (grootschalige) aanpassingen aan de installatie en optimalisatie van de processen.

Meer stoom uit afval

Het grootste project is de verhoging van de energie-efficiëntie van de stoomketel van de oven. Dit gebeurde vorig jaar al op een van de productielijnen, dit jaar volgen de andere twee. Door de uitbreiding van het warmtecircuit in de stoomketel met een extra warmtewisselaar kan 6 procent meer stoom geproduceerd worden met eenzelfde hoeveelheid afval.

Waarom is dat belangrijk? Indaver zet deze stoom om in elektriciteit, via haar turbines. De elektriciteit die zo wordt opgewekt, moet niet geproduceerd worden met fossiele brandstoffen in elektriciteitscentrales. Op deze manier helpt Indaver de CO2-uitstoot te beperken.

Lager energiegebruik

Naast het opdrijven van de productie van stoom, die niet alleen gebruikt wordt om elektriciteit op te wekken maar ook voor warmtetoepassingen, wilde Indaver vooral ook haar eigen energieverbruik verminderen aan de hand van een aantal kleinere aanpassingen aan de wervelbedoven zelf en aan de processen.

De belangrijkste is het elimineren van de heropwarming van de rookgassen. Tussen de rookgasreiniging, waar de gassen intensief gereinigd worden om aan de strenge emissienormen te voldoen, en de schouw, waar ze worden uitgestoten, werden de gassen met stoom opgewarmd van 67°C tot 95°C. 

Nu stoot Indaver de gassen uit op 67°C waardoor geen stoom meer nodig is om deze gassen herop te warmen. Zo is er meer stoom beschikbaar voor de productie van elektriciteit met de turbines, wat weer goed nieuws is voor de CO2-uitstoot. Bovendien verbruiken door deze ingreep drie grote zuigtrekventilatoren minder elektrische energie.

De energie-efficiëntie van de wervelbedoven is ook verhoogd door wijzigingen in de sturing van een aantal deelinstallaties. Zo is er minder interne stoom nodig om het ketelvoedingswater op te warmen. De warmte daarvoor wordt nu geleverd door het afval. De stoom kan gevaloriseerd worden in de turbine.

Veel kleintjes =  één groot

Vele kleintjes maken één groot, want dankzij deze en andere aanpassingen heeft Indaver 0,8 MW (elektrisch) bespaard. De energieproductie steeg met 3 MW (elektrisch) en 6,7 MW (thermisch). 1MW elektrisch extra vermogen levert voldoende energie om op jaarbasis 2 285 doorsnee gezinnen in hun energiebehoefte te voorzien. 

De projecten hadden geen impact op de kwaliteit van de dienstverlening, die bleef steeds even hoog. De lage emissieconcentraties van de rookgassen bleven ook gewaarborgd. Indaver is dus trouw aan haar missie: een maximum aan energie halen uit elke gram afval, met een minimum gebruik van energie en grondstoffen, en een minimale impact op de leefomgeving.

Share this page